Meer kapot dan lief 7: Omvang en omgeving

In iedere leeftijdsfase wordt er geplaagd. Plagen is iets wat onschuldig is en blijft, zolang er een basis van gelijkwaardigheid is en het incidenteel gebeurt. Op het moment dat het plagen steeds maar weer plaatsvindt en op een negatieve en kwaadwillende manier, dan is er sprake van pesten. Bij pesten is er geen sprake meer van gelijkwaardigheid, maar juist van machtsvertoon van de pester ten opzichte van het slachtoffer.

Pesten komt voor in alle landen, culturen en ook in iedere laag van de bevolking. Pesten gebeurt onderling tussen zowel kinderen als volwassenen, maar vaker tussen kinderen. Een onderzoek naar gepest worden en pesten van anderen onder 90.000 leerlingen liet als resultaten zien dat pesten in verschillende mate van hevigheid voorkomt.

 

Pesten van anderen:

76% is enigszins betrokken.

40% is relatief sterk betrokken.

12% zijn heftige pesters.

Slechts 24% is niet betrokken.

 

Gepest worden:

65% wordt min of meer gepest.

40% wordt middelmatig gepest.

12% wordt ernstig gepest.

En maar 35% helemaal niet.

 

Ondanks een vermindering van het aantal pestgevallen op scholen, komt pesten juist op deze plek nog het meeste voor. Uit cijfers van het CBS blijkt bijvoorbeeld dat in 2016 nog ruim 10% van de basisschoolleerlingen één of meer keren per maand wordt gepest. Terwijl eerder in 2014 dit percentage nog 14% was. Op middelbare scholen was tevens een daling op te merken. Hier ging men van 11% in 2014 naar 8% in 2016.

Opdracht
  1. Gebruik voor deze opdracht het werkblad ‘Hoeveel gepesten’ uit het werkboek.
  2. Vraag eens rond in je omgeving of er mensen te maken hebben gehad met pesten, hoeveel mensen zijn dit?
  3. In welke categorie zou je hen neerzetten?
  4. Verbaast dit aantal je?
  5. Waarom wel of waarom niet?
  6. Deel je antwoorden en de uitwerking van de opdracht in de besloten Facebook groep onder gids 11.