Meer kapot dan lief 21: Stemmingsstoornissen

Als we het hebben over stemmingsstoornissen, hebben we het over ziekten met een verstoring in de stemming. Hieronder vallen onder meer de welbekende depressie en de bipolaire stoornis (ook wel manisch-depressieve stoornis genoemd). In deze les staan we even kort stil bij de genoemde stemmingsstoornissen.

Depressie

Wanneer een persoon zich continu terneergeslagen voelt en tevens wanhopig, komt de verlorenheid om de hoek kijken. Denken lukt dan niet meer zoals voorheen. Het lichaam gaat uiteindelijk ook steeds minder goed werken zoals voorheen. Heel langzaam maar zeker ontwikkelt een depressie. Soms is het merkbaar en soms ook niet. Een depressie kan de kop opsteken na een intense ervaring. Denk bijvoorbeeld een ervaring waarbij intens verdriet heeft gespeeld zoals afscheid nemen van een dierbare door overlijden. Maar dit hoeft dus niet. Een depressie kan ook de kop opsteken zonder enige aanleiding voorafgaande. Toch is het wel goed om dan te kijken of er niet al eerder iets gebeurd is in het leven waardoor mogelijk de depressie heeft kunnen ontstaan.

Bipolaire stoornis

Deze stoornis staat ook wel bekend als de manisch-depressieve stoornis. Bij deze vorm kan de stemming van een persoon twee kanten opgaan. Het is een beetje zoals het gezegde luidt: ‘Jantje huilt, Jantje lacht’. En dat is ook echt zo. Het ene moment kan een persoon zeer depressief zijn en niks meer denken en voelen en ook niks willen. Terwijl op het andere moment het leven er ontzettend hartstikke rooskleurig uitziet.

Maar wat houdt depressie nu eigenlijk echt in? Wat zijn bijvoorbeeld symptomen of oorzaken en wat kan je zelf bieden aan ondersteuning aan een persoon met een depressie en wanneer is het beter om hulp in te schakelen? Als je meer weet over depressie, dan kan dit helpend zijn. Over het algemeen is er zijn voor een persoon vaak al voldoende, het luisterende oor bieden. Als dat niet voldoende blijkt, dan zou ik toch echt al overwegen om meer gespecialiseerde hulp in te gaan schakelen.

Een mooie tool die dit alles inzichtelijk maakt, is de zogeheten gedragskaart. In de volgende opdracht ga je deze aanvullen waar aan te vullen valt.

 

Opdracht 1
  1. Gebruik voor deze opdracht ‘Gedragskaart stemmingsstoornissen’ uit het werkboek.
  2. Vul die gegevens aan die aangevuld dienen te worden.
  3. Deel de uitwerking van deze opdracht in de besloten Facebook groep onder gids 28.
Opdracht 2
  1. Bekijk de gedragskaarten van de medestudenten die gedeeld zijn.
  2. Wat staat bij hun op de kaart, wat er bij jou niet op staat?
  3. Vul eventueel jouw gedragskaart aan.
  4. Discussiëren mag en taggen van andere groepsleden om discussie te starten mag voor deze opdracht ook.
  5. Deel je bevindingen in de besloten Facebook groep onder gids 29.