Les 11: De emotionele ontwikkeling bij verlies

Kinderen tot twee jaar

In deze fase lacht het kind naar en ‘praat’ het met iedereen die hem positief benadert. Vanaf het begin al reageert het kind dus op de mensen die hem aandacht geven. Om dit contact te verkrijgen, beschikt de baby over aangeboren gedragingen (gehechtheidgedrag). Door huilen, glimlachen en brabbelen ‘roept’ de baby als het ware de verzorger en probeert deze zo nabij te houden. Hierdoor ontstaat er hechting, wat verwijst naar de emotionele band die blijft duren tussen mensen.

In de les over ‘De cognitieve ontwikkeling bij verlies’ schreef ik dat het kind tot twee jaar alles doet met gevoel, omdat het uitermate sensitief is. Op het gebied van de emotionele ontwikkeling zien we dat het kind in deze leeftijdsfase eigenlijk weinig tot niets merkt. Het zou zo kunnen zijn dat het jonge kind slechter gaat eten, drinken of slapen, maar dit hoeft niet direct te maken te hebben met het feit dat er een verlies is geweest in de nabijheid van het jonge kind.

 

Kinderen van twee tot zes jaar

In deze periode is het mogelijk dat het jonge kind emotioneel in de war is zodra hij begrijpt dat er een verlies heeft plaatsgevonden. In de les over ‘De cognitieve ontwikkeling bij verlies’ schreef ik dat het kind onder andere onderscheid kan maken tussen leven en dood, maar nog niet de precieze definitie weet van dood. Doordat het kind in deze leeftijd nog niet precies weet wat de precieze definitie is van dood (of andere verliezen; scheiding, verhuizing, ziek), kan het zijn dat het kind emotioneel in de war raakt. Driftbuien en gilpartijen zijn daarom dan ook niet uitzonderlijk gedurende deze periode waarin verlies een rol speelt.

Kinderen in deze leeftijdsfase uiten hun emotionele gevoelens vaak in het spel. Verliezen worden bijvoorbeeld nagespeeld met botsende autootjes, poppen in een schoenendoos als kist, middels Playmobil, blokken of de poppenkast. Voor volwassenen gaat dat soms door merg en been, maar voor het kind is het een manier om te kunnen omgaan met het verlies.

 

Kinderen van zes tot twaalf jaar

Deze fase wordt beschreven als een fase van emotioneel evenwicht. Dit kan verstoord worden door een verlies. Kinderen worden door een verlies vaak snel volwassenen, daardoor kunnen ze worden buitengesloten door leeftijdgenootjes, want die begrijpen niet wat er aan de hand is met hun vriendje of vriendinnetje. Dit kan ertoe leiden dat de emotionele en sociale ontwikkeling belemmerd worden. Emotioneel durven kinderen zich niet te uiten tegenover hun leeftijdgenootjes omdat ze toch niet begrepen worden en sociaal zullen ze minder snel proberen om contact te maken met leeftijdgenootjes omdat ze bang zijn niet begrepen te worden.

 

Twaalf jaar en ouder

In deze periode is acceptatie ontzettend belangrijk. Op het moment dat er een verlieservaring in het leven van de jeugdige speelt, kan de wens om geaccepteerd te worden door andere leeftijdsgenoten bemoeilijkt worden.

Tegelijkertijd is het zo dat de jeugdige het moeilijk vindt om onder leeftijdsgenoten te komen. Rouwen is iets dat zij het liefst alleen doen op hun eigen kamer.

Voor de jeugdige in de leeftijd van 15 tot en met 17 is er nog een verschil te benoemen. Deze leeftijd is over het algemeen beter geïnformeerd over wat een verlieservaring nu eigenlijk betekent voor hen. Dit maakt dat zij zich vaak meer overweldigd kunnen voelen na het plaatsvinden van een verlieservaring.

Opdracht
  1. Lees de casus ‘Jij bent dood’. Deze kun je vinden in het werkboek.
  2. Stel jij bent de pedagogisch medewerker op deze BSO en raakt verzeild in deze situatie, hoe zou jij handelen?
  3. Je collega op de groep heeft ontzettend veel moeite met het woord ‘dood’ en kapt de kinderen steeds af in hun spel.
  4. Hoe zou je hierop reageren naar de betreffende collega toe?
  5. Leg uit waarom je zo zou handelen?
  6. Deel je antwoorden in de besloten Facebook groep onder gids 14.